Onderneming
Naar wie gaat de zaak?
Ondernemingen komen in verschillende vormen voor: je kunt een eenmanszaak hebben, je kunt de aandelen van een besloten vennootschap (B.V.) in je bezit hebben en je kunt deel uitmaken van een maatschap, een vennootschap onder firma (V.O.F.) of een commanditaire vennootschap (C.V.).
Een eenmanszaak wordt voor rekening en risico van één persoon gedreven. Wel kan de ondernemer werknemers in dienst hebben. De bezittingen en schulden van de eenmanszaak zijn bezittingen en schulden van de ondernemer persoonlijk en komen bij zijn overlijden toe aan zijn erfgenamen.
Een maatschap, vennootschap onder firma of een commanditaire vennootschap zijn in feite samengevoegde eenmanszaken. De maten of vennoten bepalen in een contract hoe de boel bij het overlijden van een maat of een vennoot wordt geregeld.
Meestal nemen de overgebleven maten of vennoten de deelname van de overleden maat over. De waarde van dat deel wordt dan aan de erfgenamen uitgekeerd. Dit noem je een verblijvings- of overnemingsbeding.
Een eenmanszaak en een deelname in een maatschap, vennootschap onder firma en een commanditaire vennootschap vallen onder de regels van de Inkomstenbelasting en worden daarom IB-ondernemingen genoemd.
De wet doet alsof de ondernemer net voordat hij overlijdt zijn onderneming overdraagt aan zijn erfgenamen. Het vermogen dat een onderneming vertegenwoordigt is onderdeel van de erfenis en is dus voor de erfgenamen.
Een besloten vennootschap heeft in tegenstelling tot een IB-onderneming een eigen juridisch, zelfstandig leven. Als de directeur of de aandeelhouder overlijdt, ontstaat er dan ook een andere situatie dan bij het overlijden van een ondernemer van een IB-onderneming.
Bijzondere bepalingen:
Stel je voor dat een kind jarenlang zonder beloning of voor een te lage beloning in het bedrijf van zijn ouders heeft gewerkt. Vooral in de landbouw kom je dit regelmatig tegen. De wetgever heeft dit goedgemaakt door deze kinderen het recht te geven om aanspraak te maken op"een som geld strekkende tot billijke vergoeding voor in het bedrijf geleverde arbeid." Ook een kind dat jaren in de huishouding van de ouders heeft gewerkt, heeft eenzelfde aanspraak op een som geld strekkende tot een vergoeding voor de diensten.
Het begrip kind wordt ruim genomen. Stiefkinderen, pleegkinderen, kleinkinderen en aangetrouwde kinderen, zijn in dit geval ook kinderen. Voor beide regelingen maakt het niet uit welke ondernemingsvorm aanwezig is.Voor de vergoeding gaat het om de periode vanaf het moment dat een kind achttien is.
Het regelen van de vererving van een onderneming en het afrekenen met de belastingdienst is een complexe zaak. Een gespecialiseerde nalatenschapsafwikkelaarspecialist kan hierbij hulp bieden.

