“Sinds 2005 jouw online hulp bij afscheid”

Broer en zus geen smartengeld na verkeersdrama

08 aug, 2022 | Algemeen
9,6
Klanten vertellen

990 beoordelingen

Een 41-jarige vrouw kwam in 2020 om het leven bij een verkeersongeval. Vader, broer en zus stelden de veroorzaker aansprakelijk voor materiële schade en voor affectieschade vanwege het grote verlies en het verdriet dat dit teweeg brengt. De veroorzaker was verzekerd bij Achmea, die de aansprakelijkheid wel erkent, maar alleen de vader een schadevergoeding toekent. Broer en zus kunnen niet voldoende aantonen dat er een ‘nauwe affectieve relatie’ was met hun omgekomen zus. De rechtbank in Leeuwarden oordeelt dat dit terecht is geweest.

Affectieve schade

In de wet is sinds 2019 opgenomen dat nabestaanden van verkeersslachtoffers ook affectieve schade kunnen verhalen op de veroorzaker van een ongeval. Deze vergoeding van affectieschade is bedoeld om erkenning te bieden voor het ontstane leed en om genoegdoening te bieden. Vaak zijn slachtoffers ook op zoek naar een soort bekentenis. Maar in deze wet wordt een beperkte kring van mensen benoemd die aanspraak kunnen maken op deze vergoeden. Broers en zussen maken geen deel uit van die beperkte kring. Er zijn uitzonderlijke gevallen waarbij de vergoeding toch nog toegekend kan worden. Deze persoon moet dan echt een nauwe band en persoonlijke band hebben gehad met de overleden persoon, zodat deze persoon als naaste genoemd kan worden.

Hechte familieband

De broer en zus van het verkeersslachtoffer zijn ervan overtuigd dat zij deze nauwe band met overleden zus hadden en dus recht hebben op de schadevergoeding. Hiervoor hadden zij getuigenverklaringen ingediend. Zij trokken volgens hen veel met elkaar op: verhuizen, klussen, steunen op momenten wanneer het nodig was en er was dagelijks contact, stond in de getuigenissen. Achmea vindt echter dat er meer nodig is dan een hechte familieband. Door jurisprudentie in eerdere zaken vindt Achmea dat zij gelijk heeft.

Rechter oordeelt ‘niet uitzonderlijk’

De Friese rechter ontkent zeker niet dat er een hechte band was tussen broer en zussen en dat hen veel leed is aangedaan door het overlijden van hun zus. Maar de rechter is het eens met Achmea dat de relatie van hen niet afweek van een ‘normale relatie’ in het gezin. Om in aanmerking te komen voor de schadevergoeding moet er sprake zijn van een relatie die uitzonderlijk is. Bijvoorbeeld als je veel zorg voor elkaar gedragen hebt, of bij elkaar in hebt gewoond.

De eis van de broer en zus wordt dus afgewezen door de rechter. Zij krijgen geen vergoeding en moeten proceskosten betalen van €1388 euro.